Ik vertoef graag in Frans-Vlaanderen, het voelt telkens een beetje aan als thuiskomen. Ooit behoorde deze regio bij Vlaanderen, maar op het einde van de 17e eeuw besliste Zonnekoning Louis XIV om dit gebied gewapenderhand af te pakken. Sindsdien zijn liefelijke stadjes als Kamerijk, Valencijn, Sint-Omaars en Sint-Winoksbergen Frans grondgebied.
Sint-Winoksbergen heet nu Bergues en het is in dit vestingstadje met minder dan 4000 inwoners dat het ‘Marathon Bière Flandre Festival’ doorgaat. Een loopwedstrijd met maar liefst 8000 deelnemers verdeeld over drie afstanden: 13 km, halve marathon en de volledige marathon. Het woordje ‘bière’ staat niet toevallig in de naam van het evenement want op alle bevoorradingsposten zijn er lokale bieren te proeven. Wie de volledige marathon loopt, krijgt 15 verschillende biertjes voorgeschoteld. Helemaal gezond is het wellicht niet, maar deze wou ik toch absoluut op mijn marathonlijst hebben.
Dracula tussen de Chti’s
Afgelopen zondag was het eindelijk zover en stond ik me warm te huppelen in de schaduw van het belfort van Sint-Winoksbergen. In tegenstelling tot een klassieke marathon zag het startvak er hier helemaal anders uit. Geen afgetrainde atleten met compressiekousen en dure wedstrijdschoenen, maar wel allerlei vreemde creaturen die weggelopen leken uit een carnavalsstoet: Sneeuwwitje, Julius Caesar, enkele smurfen, Mozes, een oermens en – om in de sfeer te blijven – lopende bierblikjes.
Zelf had ik een Dracula-pak aangetrokken. Met een lippenstift had Karin nog wat bloedvlekken aan mijn mondhoeken getekend, maar met een volwassen baard was dat niet helemaal gelukt. Karin vond trouwens dat ik een veel te lief gezicht had om Dracula te spelen. Ook trailbroeder Mout vond dat ik me de volgende keer beter in Lambik kan verkleden…
Het startschot weerklonk en samen met Fredje, Laurent en Werner begonnen we aan deze nieuwe uitdaging. De eerste honderden meters liepen we door het stadje waar jaren geleden de film ‘Bienvenue chez les Chti’s’ werd opgenomen, met meer dan 20 miljoen verkochte tickets een ware kaskraker. Na ongeveer één kilometer kwam de kleurrijke stoet een eerste keer tot stilstand aan een bevoorradingspost. Ik had nog niet de tijd gehad om te zweten, maar ik haalde toch maar de plooibeker uit mijn broekzak om van het gerstenat te kunnen proeven.
Ik was nauwelijks opnieuw vertrokken toen ik door een vriendelijke, Franse gedetineerde werd ingehaald. Hij had een pakje bij voor mij. Blijkbaar had de veiligheidsspeld het begeven waardoor mijn Dracula-cape – ongemerkt – was gaan vliegen. In volledig ornaat zette ik mijn weg verder.
Zebradrinken
De kilometers schoven vlotjes onder de voeten door terwijl we door allerlei dorpjes met Vlaams klinkende namen liepen: Steene, Bissezeele, Wormhout, … Overal was het een groot volksfeest waarbij de uitgerukte reuzen en de lokale fanfare voor de ambiance zorgden. In deze laatste gemeente was er een bevoorradingspost waar we gebakken kippenboutjes kregen aangeboden. Natuurlijk vergezeld door een lekker biertje. Ik wist dat alcohol vocht onttrekt aan het lichaam en daarom verplichtte ik mezelf om bij elk bierproevertje telkens een flesje water te drinken. Het zogenaamde zebradrinken. We waren iets over halfweg en de teller stond al op tien.
Voorbij het 30 kilometerpunt waren de bevoorradingen iets minder talrijk. Heel wat van mijn collega’s waren inmiddels overgeschakeld naar wandelen. Ik kreeg het ook wat moeilijker. Was het de alcohol? Of misschien lag het wel aan de warmte? Het kwik was boven de 20 C° geklommen en in deze omstandigheden bleek mijn vierlagig Dracula-pak niet de beste keuze. Het zweet liep in beekjes over mijn rug.
In de verte zag ik de belforttoren – UNESCO werelderfgoed – opdoemen, het einde kwam stilaan in zicht. Eerst liepen we langs de vestingsmuren om dan via de Kasselpoort het Vaubanstadje binnen te komen. Op 300 meter van de finish was er nog een laatste bevoorrading. Het kostte moeite, maar plichtsgetrouw haalde ik toch mijn bekertje boven om mijn opdracht in schoonheid af te ronden.
Een laatste keer trok ik me weer op gang. De hartslag ging plots een pak hoger. Hadden we tot nu een volledig vlak parcours gehad, dan kregen we in de laatste rechte lijn nog een pittige beklimming te verwerken. De aankomststreep lag namelijk getrokken op de Groenberg, een heuvel met top op 22 meter boven de zeespiegel waar ooit de Abdij van Sint-Winoksbergen stond. Op deze historische plaats kreeg ik een mooie medaille in de vorm van een flesopener omgehangen. Wellicht zal die een tijdje werkloos blijven want na 15 bierproevertjes is het even genoeg geweest.
